''Across'', ''through'', ''over'', ''beyond'' en beneath in het Nederlands

Alisson Pereira

Senior Member
Portuguese - Brazil
Dag,

Ik begon die woorden te leren, maar ik ben niet zeker over hun gebruik, dus kunnen jullie me helpen met de volgende zinnen?

>>Across

1) We parked our cars across the field.
# We parkeerden onze auto's over het veld

2) Can you see the tower across the river? It's really tall.
# Kun je de toren aan de overkant van de rivier zien? Het is echt lang.

>>Through

1) The motorbikes went through the highway.
# De motorfietsen gingen door de snelweg

2) The storm is moving through the city. I want to arrive home soon.
# De storm beweegt door de stad. Ik wil snel thuiskomen.

>> Over

1) Can you see the clouds over the mountains?
# Kun je de wolken boven de bergen zien?

2) My team is over my expectations. I'm really blij.
# Mijn team is boven mijn verwachting. Ik ben echt blij.

>> Beyond

1) The hospital is beyond this blok, we're almost there.
# Het ziekehuis ligt verder dan dit blok, we zijn er bijna

2) I'm not ready. I gotta go beyond it.
# Ik ben niet klaar. Ik moet er verder dan gaan.

>> Beneath

1) The key is beneath the book
# De sleutel ligt beneden/onder het boek

2) There's a shade beneath the tree.
# Er is een schaduw beneden/onder de boom.

Bij voorbaat dank
 
  • ThomasK

    Senior Member
    Belgium, Dutch
    Bepaalde vertalingen vond ik niet zo idiomatisch, maar ik focus op de voorzetsels:
    >> Over

    1) Can you see the clouds over the mountains?
    # Kun je de wolken boven de bergen zien?

    2) My team is over my expectations. I'm really blij.
    # Mijn team is boven mijn verwachting. Ik ben echt blij. Of: overtreft mijn verwachtingen.

    >> Beyond

    1) The hospital is beyond this blok, we're almost there.
    # Het ziekehuis ligt verder dan dit blok, we zijn er bijna. Eerder: achter/ aan de overkant van/ voorbij het blok...

    2) I'm not ready. I gotta go beyond it.
    # Ik ben niet klaar. Ik moet er verder dan gaan. Ik moet na de deadline nog doorgaan. Maar de context is niet 100 % duidelijk..

    >> Beneath

    1) The key is beneath the book
    # De sleutel ligt beneden/onder het boek

    2) There's a shade beneath the tree.
    # Er is een schaduw beneden/onder de boom.

    "Beneden" kan je zelden gebruiken als prep. "Beneden" hoort thuis in de categorie van adv. zoals "binnen" en "buiten" (in de lett. betekenis: niet in huis, wel in huis)...

    Bij voorbaat dank
     
    < Previous | Next >
    Top