Werkwoordloze preposities of prefixen

< Previous | Next >

ThomasK

Senior Member
Belgium, Dutch
Voorzetseluitdrukking is door de band iets als 'in verband met', 'met betrekking to', enz.

Mijn titel was ongelukkig, maar ik liet mij leiden door de indruk dat het vooral preposities waren, terwijl een woord als 'af' alleen in bepaalde dialecten een prepositie is, denk ik.
 
  • bibibiben

    Senior Member
    Dutch - Netherlands
    Hoe heet dan een niet werkwoordelijk gezegde dat uit één of meerdere voorzetsels gebouwd wordt?
    Ik weet niet wat je met een 'niet-werkwoordelijk gezegde' bedoelt. Misschien een 'naamwoordelijk gezegde'? Echter, ook voor een naamwoordelijk gezegde geldt dat er op z'n minst een persoonsvorm in moet voorkomen. Als klap op de vuurpijl is derhalve noch een werkwoordelijk noch een naamwoordelijk gezegde. Het is een uitdrukking die in zijn geheel als bijwoordelijke bepaling in de zin optreedt. In de meeste zinnen zal als klap op de vuurpijl nader te kwalificeren zijn als een bijwoordelijke bepaling van doel.

    In de loop van mijn vorige reacties doet dat eigenlijk niet ter zake want het gaat mij niet om de voorzetsels als zodanig maar om de werkwoordloze voorzetsels ofwel voorzetsels die los van een werkwoord gebruikt kunnen worden.
    Al eerder schreef ik (zie post #46) dat gaandeweg de draad bleek dat ThomasK dit bedoelde:

    "Ik denk dat ThomasK voorzetselbijwoorden bedoelt, uitgezonderd de voorzetselbijwoorden die deel uitmaken van scheidbare werkwoorden (bijvoorbeeld: ik duik onder) en de voorzetselbijwoorden die eerder als achterzetsels zijn aan te duiden (bijvoorbeeld: Waar is Jan? Onder het bed? —Ja, hij dook er zojuist onder."

    Het gaat dus niet om voorzetsels.

    En wat is er onbegrijpelijk aan mijn laatste zin? (let op: ik ben wel het vergeten):
    Het artikel 3 (artikel is synoniem van punt) heb ik niet goed verstaan (heb ik niet goed begrepen) of het (artikel 3) laat mij toe om te zeggen..
    Zelfs als ik de zin in correct Nederlands herformuleer, begrijp ik 'm niet helemaal. Dit is wat ik ervan kan maken als ik (te) dicht bij het origineel blijf:

    "Maar punt 3 heb ik jammer genoeg niet begrepen en stelt mij niet in staat te bepalen wat de link is met het gebruik van voorzetsels en het gebruiken van een voorzetsel los van een werkwoord."

    Dit is een wat vrijere interpretatie:

    "Maar punt 3 heb ik jammer genoeg niet begrepen. Ook zie ik niet hoe dit punt in verband staat tot het gebruik van voorzetsels en het gebruiken van een voorzetsel los van een werkwoord."

    Maar of deze interpretatie correct is?

    Misschien doet het er ook niet veel toe. Het punt is dat in voorzetseluitdrukkingen (en voorzetselvoorwerpen) geen voorzetselbijwoorden voorkomen. En laten het nu juist de voorzetselbijwoorden zijn die 'los' gebruikt kunnen worden, oftewel niet deel uitmakend van een constituent bestaande uit meerdere elementen.
     

    Mighis

    Senior Member
    Berber
    Voorzetseluitdrukking is door de band iets als 'in verband met', 'met betrekking to', enz.

    Mijn titel was ongelukkig, maar ik liet mij leiden door de indruk dat het vooral preposities waren, terwijl een woord als 'af' alleen in bepaalde dialecten een prepositie is, denk ik.
    Correctie: 'met betrekking tot". (een tikfoutje, jij bent t hier vergeten en ik heb een t ergens anders onnodig toegevoegd :D).

    De titel van dit gespreksthema en het eerste bericht hierin hebben mij eerlijk gezegd misleid, daar omdat ik de werkwoordloze preposities een andere definitie toeken, namelijk: een werkwoordloze constituent die uit één of meerdere voorzetsels geconstrueerd wordt.

    Het taalelement af kan ook als een achtergeplaatste voorzetsel (achterzetsel) dienen, hoor.

    Zie het voorbeeld hij holde de trap af onder (achtergeplaatste voorzetsel) in de algemene Nederlandse spraakkunst.

    Mijn werk is af.
    Is af hier een voorzetsel? Het is hoe je het bekijkt: lexicaal, syntactisch, semantisch, morfologisch ..
    Lexicaal sowieso niet. Van Dale karakteriseert het als een bijwoord en als een bijvoeglijk naamwoord en vervolgens lexicaliseert het onder bijvoeglijk naamwoord als volgt: in de uitdrukking ـــ het werk is af voltooid.

    Voor de rest neem ik aan dat de uiteenzetting ervan vrij technisch is én dit zeker wanneer wij ANS hieromtrent raadplegen:
    Het is niet goed mogelijk een volledige inventarisatie van de Nederlandse voorzetsels in ruimere zin te geven. Ten aanzien van de achtergeplaatste voorzetsels, de combinaties van twee voorzetsels en de voorzetseluitdrukkingen is aangetoond dat de status van deze categorieën niet geheel duidelijk is.

    Inventarisatie (boedelbeschrijving): het opmaken van de inventaris.
     
    Last edited:

    bibibiben

    Senior Member
    Dutch - Netherlands
    Er bestaan geen werkwoordloze preposities. Wat ThomasK bedoelde, was:

    "Voorzetselbijwoorden [...], uitgezonderd de voorzetselbijwoorden die deel uitmaken van scheidbare werkwoorden (bijvoorbeeld: ik duik onder) en de voorzetselbijwoorden die eerder als achterzetsels zijn aan te duiden (bijvoorbeeld: Waar is Jan? Onder het bed? —Ja, hij dook er zojuist onder."

    Af in ik hol de trap af doet niet mee als 'los voorzetselbijwoord'. Niet omdat het een achtergeplaatst voorzetsel is — die kunnen immers ook als voorzetselbijwoord worden opgevat, zie post #24 — maar omdat het werkwoord niet is weggevallen. Deze telt weer wel mee: ik heb het werk af. Het voltooid deelwoord gemaakt is weggevallen, waarna het kale voorzetselbijwoord af is overgebleven.

    Af in mijn werk is af is geen voorzetsel, hoe je er ook naar kijkt. Af in een term als af fabriek is weer wel een voorzetsel.

    Inderdaad is er onduidelijkheid over de status van achtergeplaatste voorzetsels (of achterzetsels) , voorzetselcombinaties en voorzetseluitdrukkingen:

    — Achterzetsels kunnen als voorzetselbijwoorden beschouwd worden, maar niet iedereen wil daaraan. Het zijn in elk geval geen voorzetsels in engere zin, zoveel is zeker.

    — Dan de categorie van de voorzetselcombinaties. Voorzetselcombinaties bestaan uit een voorzetsel en een achtergeplaatst voorzetsel/voorzetselbijwoord. Maar hoe noem je die twee samen? ThomasK meldde al eerder dat ze ook omsluitend voorzetsel worden genoemd, maar dan wordt eigenlijk verdoezeld dat één lid in de voorzetselcombinatie geen voorzetsel is.

    — Tot slot de voorzetseluitdrukkingen, weer een categorie apart. Een voorzetseluitdrukking vervult de functie van voorzetsel, maar is het dan ook meteen gelijk te stellen aan een voorzetsel? Problematisch is onder meer dat niet elke voorzetseluitdrukking door een voorzetsel te vervangen is.

    Wel staat van de voorzetseluitdrukkingen vast dat zij, anders dan voorzetselbijwoorden, niet op zichzelf een constituent kunnen vormen. Evenmin als voorzetsels, uiteraard.
     

    ThomasK

    Senior Member
    Belgium, Dutch
    Over de door jou aangekaarte kwestie heb ik wel iets wetenswaardigs kunnen opdiepen. De citaten komen uit Nederlandsche Spraakleer te vinden op Google Books. Uit 1923, dus de spelling is weinig modern:

    "II Geslacht der stamwoorden, die van eene partikel of een voorvoegsel voorzien zijn.
    1. Een stam, voorzien van een partikel, behoudt zijn geslacht, wanneer hij een werkwoord nevens zich heeft, dat afscheidbaar met die partikel is samengesteld. Zoo zijn mannelijk: aandrang, aankoop, aanslag [...] Vrouwelijk: aanvrage, afbraak, afreis, afspraak [...]
    Hier behouden de stammen hun geslacht, omdat men zich den stam, wanneer de partikel geen onafscheidbaar gedeelte des woords uitmaakt, zelfstandig denkt."


    Dus: omdat woorden als drang en reis de-woorden zijn, zijn woorden als aandrang en afreis dat ook. Het scheidbare element dat eraan voorafgaat, heeft dus geen invloed op het geslacht.

    Echter:

    "2. Een stam, voorzien van eene partikel, is onzijdig, wanneer hij een werkwoord nevens zich heeft, dat onafscheidbaar met die partikel is samengesteld. Zoo zijn onzijdig: onderhoud, onderricht, onderscheid [...]"

    Afleidingen van werkwoorden die een onscheidbaar element naast zich hebben, zijn dus altijd het-woorden. Voorbeeld: onder in onderhouden is een onscheidbaar element, dus is het het onderhoud en niet de onderhoud.

    Tot slot:

    "4. De stammen, voorzien van de toonlooze voorvoegsels be, ge, ver en het zwak geaccentueerde ont, zijn onzijdig, met uitzondering van verkoop en ontvang, die mannelijk zijn."

    En daarom is het bijvoorbeeld het vervoer en niet de vervoer.

    !
    Ik wou je nog bedanken, Bib., voor deze info. perfect wat ik zocht. Mijn hypothese inz. ouderdom/leeftijd van woorden is dan overbodig!
     
    < Previous | Next >
    Top